Christina Puchalski is geen onbekende in de wereld van de palliatieve zorg. Deze Amerikaanse internist en directeur van het George Washington Institute for Spirituality in Healthcare organiseerde in 2008 een belangrijke consensusconferentie voor Noord Amerika.
Het doel was om met een aantal experts tot overeenstemming te komen over een definitie van spiritualiteit en samen te verkennen wat nodig is om deze vierde dimensie in de palliatieve zorg van haar land te integreren. Het artikel is gepubliceerd in het Journal of Palliative Medicine en behoort tot de meest gedownloade artikelen over dit onderwerp.
Maar de ambities van Puchalski reiken verder. Op zondagavond 13 januari j.l. zaten zo’n veertig mensen uit alle werelddelen aan tafel in een hotel in Geneve. Het was de start van een internationale consensusconferentie van drie dagen waarin het proces uit 2008 nog eens over werd gedaan, maar nu op wereldschaal. Dankzij mijn werk voor de EAPC was ik ook uitgenodigd, samen met enkele collega’s van de taskforce ‘Spiritual Care’ uit Engeland, België en Spanje.
Zo benauwd en sfeerloos als het hotel zelf was, zo inspirerend en spannend waren de drie dagen die zich daar afspeelden. Het was een ongelooflijke ervaring om met 40 mensen van over de hele wereld – het merendeel artsen – keihard te werken aan een gemeenschappelijk doel. Nog ongelooflijker was dat we werkelijk consensus bereikte over een definitie waar iedereen mee kon leven. Dat leverde spannende momenten op. Zo betoogde een van de Amerikanen vol vuur dat ‘love and forgiveness’ tot de essentie van spiritualiteit behoren, terwijl mijn buurman uit Israel me toefluisterde dat deze begrippen in zijn land geen enkele kans maakte omdat iedereen dan direct aan Jezus dacht. Wat de definitie uiteindelijk is geworden verklap ik nog even niet. Dat bewaar ik voor de volgende blog.
Wat in ieder geval duidelijk werd is dat spiritualiteit in de zorg ingewikkeld is. Dat begint al bij het begrip en de definitie. Maar het werkt door in de culturele en religieuze diversiteit die daarachter ligt. Voor de palliatieve zorg was het interessant om te merken dat deze enerzijds internationaal gezien een breekijzer vormt om de aandacht voor levensvragen een plaats te geven in de zorg. Veel van de deelnemers waren werkzaam in de palliatieve zorg. Breed ontwikkelde professionals die vierdimensionaal kunnen denken. Anderzijds ligt hier voor de aandacht voor levensvragen ook een valkuil. Want hoe meer levensvragen met de palliatieve zorg geassocieerd worden, hoe gemakkelijk de rest van de zorg denkt dat deze vragen alleen maar spelen als het leven bedreigd wordt.
Toch mogen we blij zijn met die breekijzer rol van de palliatieve zorg. In Geneve zijn grootse plannen gemaakt. Onder andere om bij de WHO opnieuw de aandacht voor levensvragen in 2014 vanuit de conferentie aan de orde te stellen. De eerste voorbereidingen daarvoor zijn al begonnen. Tegelijkertijd blijft het broodnodig om de palliatieve zorg te blijven ontwikkelen en op de kaart zetten. Want een breekijzer kan alleen maar werken als het solide en krachtig is. Niet als doel op zich, maar voor die talloze patiënten, hun dierbaren, en ons allemaal.
Carlo Leget